Campingburen

Hoera! Het is de dag dat we de camper op gaan halen. Ik heb de afgelopen dagen zó vaak gezegd dat ik enorm veel zin heb in dit camperavontuur dat m’n oudste zoon denkt dat ik het jinx 😂

Bij de camperverhuur aangekomen is het een groot gekkenhuis. Het is echt de week der weken qua vakantie hier in Aussie en dat merken we ook bij de verhuur. We zien menigeen hakkelend en stotend aan de verkeerde kant van de weg het verhuur terrein af tuffen.

We krijgen ons bakbeest toebedeeld en rijden in tweeledige colonne naar de autoverhuur om ons andere huur-bolidetje weer in te leveren. En daarna met het bakbeest terug naar de Airbnb om ‘even in te laden’. Waarbij de aanhalingstekens rondom EVEN 6x zo groot mochten.

Alle kerstcadeaus mee, Ivy’s krukken doneren we aan het huis, en met een volgeladen bakbeest kunnen we van start. Zodra we de stad uit rijden oppert Arjan “on the road again” als verzoeknummer, maar helaas heb ik hier geen bereik. Dus moeten we het met offline trance/bubbling/NL hiphop lijstjes doen. Helaas joh

Onze eerste bestemming: Harrington, een kleine 4 uur naar het noorden. Tegen vijven komen we aan, we installeren ons op ons plekje en maken, campingstyle, een bord pasta pesto. We slurpen nét het eerste sliertje naar binnen als we spetters voelen. Dus gauw de klapstoelen weer opbergen en lekker knus binnen verder eten.

Na het eten bouwen we de bedjes voor iedereen en is het voor de kids tijd om lekker te gaan slapen. De regen tikt nog steeds tegen het dak van de camper en zelfs de volgende morgen wordt het er niet bepaald droger op. We kunnen hier nog een tweede nacht bijboeken, maar moeten dan wel verkassen naar een ensuite (=met eigen badkamertje). Vinden we helemaal niet erg.

De rest van de ochtend besteden we binnen, spelend met Lego, terwijl we af en toe een blik naar buiten werpen of het al eens droog wordt.

Na de lunch klaart het dan eindelijk op en ga ik met de jongens even het dorpje in, terwijl Ivy en Arjan spelletjes spelen bij de camper. Ze kan nog steeds niet te ver lopen dus opsplitsen is het handigste.

Harrington is een echt vissersdorpje, waar -afgezien van het het huidige hoogseizoen- weinig te beleven is. Sterker nog, zélfs nu in het hoogseizoen vind ik het tamelijk dood overkomen. Twee kerken, een grote hengelsportzaak, wat desolate straatjes en een klein lokaal zaakje dat aandoet als een campingwinkel. Uit de vriezer scoren we een stukje vlees voor op de BBQ. Dat we tegelijk met een andere klant in de winkel zijn en ook snoepjes willen scheppen lijkt de verkoopster wat stress aan te jagen. Heeft het vermoedelijk zelden zo druk. Dat het in Australië op zoveel plekken verlaten en leeg voelt blijft toch apart.

Na twee nachtjes in Harrington zetten we koers naar Gold Coast. Zo ongeveer de aller populairste gezinscamping bevindt zich hier, en die is uiteraard al maandenlang volgeboekt. Dus zit er maar één ding op: op de gok aan de poort verschijnen en hopen op een vrije plek. Als we tegen drieën arriveren is er helaas niks vrij, maar de dag erna wel. Dus boeken we alvast voor morgen en gaan we nu naar een camping 2km verderop.

Die avond wandelen we naar een ‘hotel’ in de buurt. Hotel betekent hier doorgaans iets anders dan ‘een plek om een kamer te huren’. Meestal is het een bar/restaurant met een sport en gok gedeelte (zonder mogelijkheid tot overnachten). Maar, in dit geval, wel een grote indoor speeltuin. Dus een prima plekje voor ons avondmaaltje. Zo kom je nog eens ergens.

De dag erna gaan we lekker op tijd richting BIG4 Gold Coast camping, want we mogen er al om 11 uur op.

We krijgen een plekje naast het restaurant en zwembad en voor de dag erna hebben we alvast een plek zonder stroom verderop de camping kunnen reserveren.

We vinden ons royale plekje en draaien de camper in. Tegenover ons staat ook een camper, met een zilveren folie voor het raam tegen de zon. Maar tussen het raam en de folie zit iets. Huh? Is dat een hondje? Ja… het is een hond… Vol in de zon? Hij beweegt ook niet… Heb hem nog geen een keer met z’n ogen zien knipperen… Zijn ze hem vergeten? Is hij dood gegaan? Of is het een opgezette?

Een hoop vragen rondom deze lugubere aanblik bij de overbuurtjes. We besluiten eerst maar eens te gaan zwemmen! Deze camping heeft echt een heerlijk waterpark en zwembad. Het zit vol met kinderen en Colin heeft binnen no time vrienden gemaakt.

Tegen de namiddag trekken we een koud biertje open en besluiten we het stokbrood aan te snijden. ‘Ik snij hem ff snel binnen’ was mijn gedachte, maar voor ik het weet snij ik ongeëvenaard diep in m’n vinger. Zo door eenderde van m’n topje, die nog aan één draadje hangt. Na ff spoelen en dicht drukken met een doek besluit ik bij de zwembadbar (gelukkig zitten we ernaast) om assistentie/EHBO materiaal te vragen. Het meisje achter de bar schrikt dermate van de vlezige aanblik dat ze me gauw een hele lange pleister strip wilt geven als ik vraag om een steriel gaasje of verbandje. “Ja dit kan je ook als verband gebruiken hoor, gewoon eromheen rollen”. Opeens komt m’n voormalige BHV kennis bovendrijven en weet ik een wondkompres en rolletje gaasverband uit de doos te vissen. Goed, verbonden en wel, zitten we een half uurtje later dan toch aan een drankje en een half gesneden stokbrood. Met een ingepakte kloppende wijsvinger omhoog.

De komende dagen genieten we van het camping leven, hoe de kids zich vermaken en, in mijn geval, van het niet-afwassen. Want ja; die vinger he.

Nee hoor alle gekheid op een stokje, het is natuurlijk wel irritant dat ik niet kan zwemmen/douchen/handen wassen.

Maar de camping maakt een hoop goed. We spotten er meerde koala’s, en och wat zijn ze toch lief en knuffelbaar. Je zou er bijna voor in de boom klimmen om ze even te kroelen.

We hebben hier heerlijke dagen gehad én alle hoeken van de camping getest door elke dag te verkassen naar ‘wat er ook maar vrij was’. En elke dag even langs die ene camper gelopen, met het ‘dode hondje’. Bleek na nader onderzoek dus een soort afschrikkende knuffel. En we waren niet de enigen die geschokeerd passeerden. Als ik de trotse bezitters was geweest had ik er een camera naast gehangen. Had je elke avond wat lolligs terug te kijken.

Na in totaal drie dagen Gold Coast besluiten we even flink kilometers te maken richting Rockhampton.

Een rit van meer dan 8 uur. De wegen en routes hier zijn saai en eentonig. Af en toe kom je een gecrashte auto tegen in de berm, voorzien van politie lintje. Of een gedenkkruisje met bloemen. Of een platgereden kangoeroe. Het verkeer in Aussie is een levensgevaarlijke bedoening voor alle partijen als ik het zo zie.

We zijn al rond zevenen ‘s morgens gaan rijden en komen tegen het eind van de middag aan op onze volgende bestemming, waar we onze linker camping buurman nét z’n caravan met een schuursponsje te lijf zien gaan. “Die klote vogels, ik blijf aan de gang hier”

We zien nauwelijks iets vliegen, maar het zal. Op ons plekje hangt een ietwat onaangename geur. Ik wil niet stigmatiseren, maar het is vergelijkbaar met een urinoir-walm zoals die weleens uit het herentoilet ontsnapt. Gauw zwemmen en daarna pizza halen is het plan.

Maar dan, als we met ons pizza puntje voor de camper zitten en de zon steeds lager zakt, begint het. Eerst vanuit een boompje, dan verderop nog wat.

Algauw is het een groot hysterisch concert van duizenden kwetterende lori’s. Af en toe wat schetterende kaketoes tussendoor. Het is een hectische bedoening en ze vliegen af en aan over. Ik begrijp buurman-links met z’n emmertje nu.

Als de zon helemaal onder is, en de kindjes op bed liggen, steken we wat geurkaarsjes aan tegen de penetrante pislucht, die -zo denken we- misschien wel uit de toilethokjes komen. We staan en-suite met eigen toiletje en wie weet komt het daarvandaan. Gelukkig neemt het na een uurtje geurkaasbranden ietsjes af.

Voordat ik verder ga met m’n verhaal moet je even weten: je staat hier vaak ‘naast elkaar’ in een kampeervak. Dus je kijkt tegen de achterkant van je buren aan. En met buurman-rechts maakten we later die avond kennis.

Niet in levende lijve, maar het ging ongeveer als volgt: we detecteren gestommel in de caravan van onze buren. We horen een deurtje open en dicht gaan en zien een lampje aan klikken in de hut.

En dan horen we een straal lopen. Een flinke straal. Duurt lang ook. Zó op het gras, ik zie letterlijk de aarde onder hun caravan opspatten en hóór het kletteren. Ja hoor, daar is het er weer: de intense urine geur. Vers aangevuld door buurman-rechts. Oké of buurvrouw-rechts met zeer krachtige straal. Ook een optie natuurlijk. Kan geen geurkaars tegenop. GAD-VER-DAMME. Ze staan dus gewoon hun wc zonder cartridge te gebruiken.

Pissen rechtstreeks op het gras waar onze kinderen vanmiddag nog lekker hebben zitten spelen. En dat terwijl ze ook en-suite hebben en dus hun eigen wc op 1 meter.

Waaaaarom?

De volgende morgen gaan we godzijdank door. Terwijl we de laatste spullen inpakken zie ik zelfs proppen wc papier onder de caravan van buurman/buurvrouw-rechts liggen. Ze zijn helaas niet thuis want anders had ik geopperd of er misschien iets ‘mis gaat’ bij de wc. Wat een gore situatie, gauw verder! Op naar de kangoeroes bij Cape Hillsborough!

1 thought on “Campingburen

  1. Anoniem says:

    Op Bali kattenpis met geurstoffen verdrijven, in Aussie de mensenpis. Wel een chille vakantie. Lekker hoor.
    Xxx mam

    Beantwoorden

Geef een reactie