Scoopy

Inmiddels voel ik mezelf helemaal ingeburgerd hier op Bali en doe ik zelfs boodschappen op de scooter. Klein probleempje; ik rij op het meest compacte modelletje. De ‘scoopy’ wordt hier doorgaans voornamelijk gebruikt door slanke toeristen, magere oude mannetjes en lokale kinderen van een jaar of 11. En dus door mij. Voor het doen van de weekboodschappen.

Nou goed, innovatief als altijd besloot ik m’n backpack mee te nemen voor wat extra opbergruimte. Hoogmoedig gemutst vul ik mijn mini karretje naar hartenlust, terwijl ik in gedachten bedenk wat ik waar kan vervoeren straks. Een watermeloen; past best in m’n zitting. Een groot pak toiletpapier; kan aan het stuur. Een dozijn eieren: zet ik neer tussen m’n voeten. Een voorraadje sapjes, schoolcrackers, verse moot tonijn, pakken melk, spaghetti, tros bananen, potten pindakaas; kunnen in de rugtas. Ik ben next level aan het hamsteren and I love it.

Eenmaal bij de kassa begint volgens liefdadig Indonesisch gebruik een medewerker te assisteren bij het inpakken van mijn boodschappen. Ik probeer duidelijk te maken dat de losse boodschappentas zo wel vol genoeg zit. “It needs to fit in the seat of my scoopy”. De inpakjongen kijkt op terwijl zijn hij zijn ogen wijd open spert. Vervolgens gaat zijn blik van de caissière naar de berg boodschappen en weer terug naar de caissière. In rap Bahasa hoor ik ze iets uitwisselen, waarin ik enkel het woord ‘Scoopy’ meermaals herken, gevolgd door een grinnik. Tja, wellicht was het wat optimistisch, maar ik laat me niet kennen en prop naarstig alles in m’n backpack. Komt allemaal goed joh. Na het afrekenen wil ik nonchalant mijn tas op mijn rug slingeren, maar die voelt aan alsof hij gevuld is met bakstenen. Top. Ik weet alles mee te zeulen naar mijn lieflijke tweewieler die trouw op me staat te wachten. De afgevulde boodschappentas past -uiteraard- voor geen meter in de zitting. En om te voorkomen dat ik met een wheelie de parkeerplaats verlaat zal ik ook het een en ander in mijn backpack moeten herschikken. Dus sta ik daar in de brandende zon alvast mijn tonijnsteak voor te garen en de boodschappen te herschikken. De parkeerwacht komt al even vriendelijk hulp aanbieden, maar “I’m ok!” Op dit relaxte eiland maken ze mij de pis niet lauw, ik zal zorgen dat ik fluitend en glimlachend alles mee krijg. Al is het het laatste wat ik doe.

Na een paar doffe dreunen met de stoelklep klikt de zitting eindelijk dicht, de volgestouwde backpack zit stevig op mijn rug en een extra overvolle tas staat op de plek waar ik normaliter mijn voeten neerzet. I did it! Ik voel dat zowel de parkeerwachter als de inpakhulp met lichte verbazing toekijkt hoe ik euforisch mijn helm opzet, klaar om mijn beladen Scoopy te bestijgen. Ha! Ik stap ietwat onconventioneel op (die tas staat immers in de weg) door mijn been over de achterzijde heen te slingeren. Terwijl ik mijn rok hoor scheuren van deze spagaat-opstap besluit ik al glimlachend een flinke dot gas te geven en te maken dat ik wegkom. Terwijl ik wegrijd -en mijn voeten plaats op de resterende 2 cm grondplaat- bedenk ik me dat het misschien wel eens tijd wordt voor een grotere brommert.

Een ander dingetje hier; taalbarrières

Het is iets van alle dag en levert soms verfrissende situaties op. Zo leren Colin, Ivy en Riff naast Engels ook Bahasa op school. En weten ze ons al het een en ander te vertellen; appel is apel, koelkast is koelkast en kip is ajam.

Riff heeft inmiddels zijn eigen gemêleerde taaltje gecreëerd waarbij hij Engels en Nederlands dwars door elkaar spreekt. Sowieso gebruiken ze alle drie vaak (onbewust) Engelse woorden. Zelfs zó onbewust dat we laatst een verwarrende situatie hadden toen we een weekendje ‘op vakantie’ waren.

We genoten heerlijk van een nachtje in een hotel in Benoa. Een plaatsje bij Uluwatu, waar een ketting van strandhotels zorgt voor de ultieme tropische vibe.

Witte stranden, palmbomen, cocktails en natuurlijk ijsjes! Een lekker aardbeienijsje in Ivy’s geval. Maar daarbij had ze dringend mijn hulp nodig: “Mam kan jij het vragen, want ik weet het Engelse woord voor strawberry niet”

Die taalbarrière is één, maar de uitspraak barrière is hele andere koek. Een voorbeeld ter illustratie: Arjan ontvangt nietsvermoedend zijn bestelde pilsje in een beachclub. De ober besluit allervriendelijkst een praatje te maken.
“Hi sir, whats your name?” “Arjan” … “Oh Ajam?” “No, Ar-jan” … “Yes Ajam! Welcome mister Ajam, enjoy your drink mister Ajam”. En zo denkt menig Balinees dus dat mijn man ‘kip’ heet.

Dat mag de pret niet drukken, want mijn kippetje en ik vermaken zich meer dan prima hier. Van boodschappen doen op het scootertje tot aardbeienijsjes bestellen onder een palmboom. Sterker nog… We zouden hier best wat langer willen wonen. Maar daarover later meer!

5 thoughts on “Scoopy

  1. Anoniem says:

    Wat weer n hilarisch verhaal om te lezen!😂
    Knap dat je alles heb meegekregen op je bommert. Waren de eieren nog heel of waren ze al geklutst. 🤣

    Beantwoorden
  2. Anoniem says:

    Gaaf weer om jouw verhalen te lezen. wat hebben jullie het goed voor elkaar. Geniet ervan.

    groetjes Sylvia

    Beantwoorden

Geef een reactie