Autopech tussen de olifanten

Geen hekken, slapen tussen de wilde dieren! Enorm spannend maar toch ook een droom die uitkomt. We begeven ons naar de afgelegen Tobotholo Lodge, waar we het laatste uurtje door het zachtzand rijden. Een uitdagende ervaring, maar gelukkig heeft de lodge hier en daar langs de route een grappig of motiverend bordje geplaatst om ons er doorheen te loodsen. Dit soort routes zijn toch wel de momenten waarop we echt op avontuur zijn, het ultieme gevoel ervaren dat je leeft!

De camping kijkt uit op een prachtige waterplaats en we zien de hele dag zebra’s, bizons, zwijntjes en impala’s heen en weer scharrelen. Zodra het donker wordt steken we het vuur aan, om de beesten op afstand te houden. Over afstand gesproken, niet al te ver weg klinken opeens hongerig gebrul en radeloos gekreun. Er wordt duidelijk een prooi gevangen door het een of ander. 

De volgende dag klinkt een soortgelijk geluid over de camping, maar dan bij daglicht. Het is Ivy wiens haar tot groot verdriet geborsteld moet worden. Het zanderige campingleven maakt dat onze haren er nog erger aan toe zijn dat het dorre gras in het veld.

Ik besluit de eigenaresse van lodge te vragen of een van de meiden die hier werken toevallig vlechtjes kan maken. Even later komen er twee dames met haarnetjes op aangelopen, die kritisch Ivy’s blonde haar bekijken en aftasten, terwijl ze een onverstaanbaar overleg voeren. En jawel, groen licht, ze denken dat het wel moet lukken. Dus zo zit ze een paar uur later in de geïmproviseerde kappersstoel waar de vlechtjes worden ingedraaid onder toeziend oog van de giraffen bij de waterpoel.

Dit is zo’n plek waar je merkt dat je echt ver bij de bewoonde wereld vandaan zit. We hebben nauwelijks bereik (heel af en toe een opleving vanuit de nok van de daktent) en de dichtstbijzijnde supermarkt is minstens vier uur rijden, waarvan twee door mul zand. Maar juist dat maakt zo’n plek ook zo speciaal. We genieten van het mooie uitzichtpunt en zoals wel vaker komen we ook hier weer medereizigers tegen waar we een praatje mee maken.

De volgende dag is het tijd om door te gaan, richting Chobe NP. We rijden weer een paar uur door de zanderige wegen waarna we bij de toegangspoort aankomen. Vandaag kruizen we het park van de ene naar de andere kant. Aan weerszijden, bij de toegangspoorten, zijn een hoop safari tours. Het middenstuk daarentegen belooft verlaten te zijn, dus hopelijk veel dieren te spotten!

Nou, dat laatste viel nog te bezien… Na een uur rijden bestond de buit uit slechts twee gespotte olifanten en nog een uur later konden we daar één giraffe bij optellen. Ik baalde een beetje dat we amper wild life zagen, zeker omdat het op zijn zachtst gezegd geen easy ride was met die zachte hobbelige zandwegen….

Maar toen begon er iets te haperen in de auto en veranderde m’n visie. Ergens op tweederde van de rit door zuidelijk Chobe remden we voor de zoveelste zandberg, waarna we merkten dat het optrekken niet zo soepel meer verliep. Na nog wat zanderige schuddende kilometers (het werd inmiddels meer een kermisattractie dan een safari) besloten we even de achterbak te checken, waar we ook van alles hoorden klotsen. We plukten een leeggelopen wijnpak uit de Duplobak en haalden een verdwaalde gasfles tussen de onderbroeken vandaan, waarna we weer verder konden hobbelen door de ruwe weggetjes. Toch…?

Het kostte grootst mogelijke moeite om de auto weer aan het rollen te krijgen, in welke versnelling dan ook. In vierwielaandrijving was het helemaal niet te doen dus vervolgden we de weg met two-wheel-drive terwijl we met heel ons hart hoopten niet vast te komen zitten. Al uren hadden we geen mens gezien en het recentelijk gehoorde verhaal van toeristen die maar liefst 24 uur zonder hulp met pech hebben gestaan in dit park schoot door m’n gedachten… Nog 7 ellenlange stapvoetse kilometers, waarbij ons voornaamste doel was: blijven rollen. Dus alsjeblieft, géén overstekende kuddes olifanten (of erger nog, boze olifanten richting een haperende auto) en geen onverwachtse bochten of takken… We passeren juist nu nét wel nog een olifant, maar kunnen er gelukkig langs puffen.

Met een hoop kabaal en immense stank waar zelfs de dieren nog van weg zouden galopperen arriveerden we uiteindelijk badend in het zweet bij de toegangspoort.

Met grote euforie wegens het bereiken van de poort en de hoop op hulp passeren we de ranger, die met ernstige frons z’n handen op en neer wuift om ons te motiveren een bescheidenere rijstijl aan te nemen.

We stoppen het stinkende voertuig, goddank op een veilige plek en klappen de motorkap open. Werkelijkwaar alles ruikt naar een fikkende smeulende Tupperware fabriek. De ranger komt met ferme pas op ons afgestevend, wij denken om hulp te bieden. Maar niets hoor, hij leest ons de les, want we reden als zotten en nu zitten hij en z’n zus de rest van de dag in de stank bij hun post.

Arjan legt de situatie uit en gelukkig komt uiteindelijk het behulpzame alter-ego van de ranger naar boven. Hij verbindt ons in z’n kantoortje met het (dus dusver) allersterkste Botswaanse wifi ooit -het kan dus toch in the middle of nowhere- en helpt ons met bemiddelen tussen verhuurmaatschappij en sleepwagen. De volgende dag kunnen we naar Maun gebracht worden voor een reparatie, de sleepwagen belooft om 5:30 te vertrekken en verwacht rond half 9 bij ons te zijn. De ranger zegt dat z’n collega later komt om ons naar een camping in aanbouw enkele kilometers verderop te slepen zodat we daar de nacht kunnen doorbrengen. Het kan alleen wel een poosje duren, ‘dus pak je stoeltjes er maar even bij’.

Zo zitten we een paar uur voor de gate, waar de kinderen onverstoorbaar op een kleedje zitten te spelen alsof dit allemaal onderdeel van de planning is. Ik ben op dat soort momenten zo ongekend trots op hun flexibiliteit. Wanneer de zon steeds lager komt te staan en er nog steeds geen collega in aantocht is adviseert de ranger ons om toch maar zelf naar de camping te rijden. Hij belooft later die avond nog even de route te checken om te zien of we niet gestrand zijn. We bedanken hem voor zijn hulp en vertrekken naar de camping door een prachtig stukje natuur. Daar aangekomen oogt het verlaten, maar Arjan vindt gelukkig een bouwvakker die ons toegang tot de camping verschaft. De kampeerplaatsen zijn net af en hebben allemaal privé sanitair, een keukentje en bbq-plaats. Het zwembad, restaurant en lounge zijn nog in aanbouw, evenals de logdes, maar het belooft prachtig te worden. En zo dicht bij de ingang van het park. Heel benieuwd naar deze accommodatie als het straks open gaat. Een goede reden om eens terug te komen in andere omstandigheden.

Op de camping blijkt ook weer nul komma nul bereik op de telefoons, waardoor we de takelhulp voor morgen niet kunnen doorgeven waar ze ons moeten ophalen. In Afrika komen dat soort dingen vanzelf goed, blijkt de volgende morgen. Ze zijn namelijk gewoon naar ons laatst bekende locatie (de parkentree) gereden en daar heeft onze ranger-vriend ze de locatie van de camping doorgegeven.

De reis naar de garage in Maun duurt zo’n drie uur, waarvan zeker twee door, jawel, zand. De mannen van de garage adviseren ons om zo lang als lukt zelf te rijden, zij volgen ons voor het geval we gesleept moeten worden. Het is ook hier weer een mooie route en de auto doet het gelukkig redelijk goed. We laten de auto oppikken bij een resort waar we eigenlijk pas later die week zouden verblijven. Een omboeking is gelukkig zo geregeld en we hebben een heerlijke familiekamer om comfortabel bij te komen van dit avontuur. Maar wel opnieuw mèt olifantjes in onze ooghoek.

Twee dagen later is de auto klaar en hebben wij weer vernieuwde moed en energie om de zanderige weg terug opnieuw te berijden. Op naar de afgelegen Kwai om tussen het wild te logeren aan de Okavango delta!

1 thought on “Autopech tussen de olifanten

  1. Sylvia Kleijne says:

    Hoi , Wat is het toch leuk om jouw verhalen te lezen en de foto’s te bekijken. Wat een ongelooflijke mooie ervaringen hebben jullie opgedaan.

    Beantwoorden

Geef een reactie